De meesten van jullie hebben geen enkel idee waar je dat kan vinden en welke rol het in de Nederlandse geschiedenis heeft gespeeld.
Ten eerste: de plaats, daarvoor moet je even op het kaartje van de aarde kijken. Tegenwoordig heet het land Indonesië

Wat moet je je voorstellen bij Nederlands-Indië?
Het is 60 keer zo groot als Nederland !! Het bestaat uit meer dan 3500 grote en kleine eilanden. Op de kaart zijn de kleinere eilanden niet te zien
Wat heeft Nederland met Indonesië te maken? Een stukje geschiedenis.
De Nederlanders waren vroeger een volk dat veel te maken had met de zee. Nederlandse schepen trokken over de hele wereld om te handelen. Dat was een keihard en onveilig leven. Piraten, stormen, gebrekkige kaarten, slechte navigatie, oorlog en scheurbuik zorgden voor veel slachtoffers.
Landen die ook een belangrijke vloot hadden waren Spanje en Portugal (Niet voor niets is Spaans de meest gesproken taal in deze wereld). Uiteraard deed men dit niet zo maar. Het enige doel was handelen en dus geld verdienen. Bij deze tochten werden ook regelmatig forten gesticht en stukken land gekoloniseerd. Een klein stukje Nederlands-Indië werd voor het eerst in 1605 door de Nederlanders op de Portugezen veroverd. Daarna is langzaam een steeds groter deel van het huidige Indonesië in Nederlandse handen gekomen.
Een kolonie is alleen nuttig als hij geld opbrengt. Op welke manier deed Nederland dat? Door de inlandse bevolking de grondstoffen te laten delven.
Die grondstoffen waren : suiker, rubber, thee, tabak, koffie, vezels, kopra (kokosnootvlees), palmolie, aardolie en tin. De inlandse bevolking werd nauwelijks iets betaald dus leverden deze producten veel winst op. De uitvoer bedroeg in 1900 ƒ200 miljoen gulden, in 1922 ƒ1200 miljoen en in 1937 was het een miljard gulden!! 
Rubber en aardolie waren de belangrijkste producten. In Indië zelf bestond er nauwelijks industrie en de Nederlanders probeerden dat ook zo te houden. Wel werd er geld gestoken in het onderwijs, onder andere om ervoor te zorgen dat er genoeg geschoolde arbeiders zouden zijn.
De onderdrukking van de bevolking wekte bij een aantal mensen verzet op. Een van de bekendste tegenstanders van de politiek van onderdrukking was Eduard Douwes Dekker, die onder het pseudoniem Multatulihet boek "Max Havelaar" schreef. Dit boek werd in 1860 voor het eerst uitgegeven en was een aanklacht tegen situatie in Nederlands-Indië.
Bestuur
Nederlands Indië werd bestuurd door de Gouverneur-generaal. Deze was alleen verantwoording verschuldigd aan minister van Koloniën in Nederland.
Bij de Indonesiërs bestond van oudsher al een bepaalde rangorde. Stukken land werden geregeerd door sultans en radja's. De Nederlanders maakten daar gebruik van door deze sultans en radja's regent te maken waardoor zij hun macht konden behouden. Op deze manier waren er maar weinig Nederlanders nodig om grote gebieden te regeren en het was nog goedkoop ook.
Het overgrote deel van de gewone bevolking was erg arm. Vele mensen hadden geen andere keus dan te werken op de plantages waar ze slecht behandeld werden en hard moesten werken voor weinig loon. Na 1900 nam de inheemse bevolking van Indië snel toe waardoor nog meer problemen ontstonden. Vanaf die tijd kwam er dan ook steeds meer verzet tegen de Nederlandse overheersing. Rond 1920 was er voor het eerst serieus verzet door de PKI, een communistische verzetsbeweging die stakingen organiseerde. Na enkele opstanden in 1927 werd er bloedig en hard opgetreden. PKI-leiders werden opgesloten en vergeten.
De Nederlanders probeerden tot op bepaalde gebieden de omstandigheden voor de inheemse bevolking te verbeteren, bijvoorbeeld door scholen te stichten. Ironisch genoeg waren het mensen die scholing hadden genoten die de echte opstanden voorbereiden.
Soekarno was in 1901 geboren op Java. Hij volgde de HBS en de Technische Hogeschool. Hij richtte een partij op de PNI. Na de eerdere opstanden traden de Nederlanders gelijk op en werd Soekarno met andere leiders gelijk opgepakt. Jarenlang zat hij in de gevangenis. Dit verhinderde niet dat de nationalistische gevoelens bij de inheemse bevolking alleen maar sterker toenamen.
De tweede wereldoorlog.
De tweede wereldoorlog veranderde alles. Nederland werd bezet, en hetzelfde gebeurde met Nederlands-Indië. Daar waren het echter de Japanners die macht overnamen.
De Nederlanders werden in interneringskampen opgesloten. De Japanners behandelden hun slecht en eisten voortdurend respect. Ook moesten de militaire gevangenen dwangarbeid doen, bijvoorbeeld aan de Birma-spoorweg. Van de 80000 Europese burgers overleefden 10500 de kampen niet en van de militaire gevangenen stierven 8500 van de 37000 gevangenen. (Militaire gevangenen waren voor de Japanners volkomen ondergeschikt. Zij hadden hun eer verloren door zich over te geven, zelf deden ze dat haast nooit. Ze verkozen liever Hara-Kiri)
De Nederlandse regering in Londen bedacht dat ze de hulp van de Indonesiërs nodig had en beloofde hun meer zelfstandigheid. Daar zagen de Indonesiërs echter niets meer in, ze hadden nog liever de Japanners dan de Nederlanders, ook omdat ze nu zagen dat de blanken niet superieur waren. Soekarno werkte samen met de Japanners en maakte zich daardoor bij veel Nederlanders voor eeuwig gehaat. Na de oorlog riep Soekarno de onafhankelijkheid uit.
Nederlands-Indië werd bevrijd van de Japanners door de Engelsen. Deze waren echter gering in aantal en moesten wel samenwerken met de nationalisten van Soekarno, dit tot woede van de Nederlanders die keihard tegen deze verrader wilden optreden. Vechten in Indonesië was ook zeer moeilijk voor Europeanen, dit door de vele eilanden en door het klimaat en de omstandigheden. (Denk maar aan de problemen die de Amerikanen in de jungle van Vietnam hadden) Nederland probeerde door onderhandelen en door het zenden van troepen macht terug te winnen (1e politionele actie), maar kreeg internationaal alleen maar tegenwerking. Vooral de VS waren tegen kolonies. (Waarom?) In 1947 bezette het Nederlandse leger onder leiding van generaal Spoor met geweld een gedeelte van Java. Deze actie werd afgekeurd door de VN. Ook een tweede politionele actie leverde weinig resultaat op en in 1949 werd Indonesië min of meer onafhankelijk, dit tot woede van veel Nederlanders.
Soekarno had moeite genoeg om van Indonesië een eenheid te maken. daar gebruikte hij veel geweld voor en het kostte vele mensen het leven. Door de vele eilanden waren (en zijn) er vele culturen en volken die er geen behoefte aan hadden om door een leider ver weg te worden geregeerd. Ze kregen echter weinig kans want Soekarno's leger vermorzelde iedere tegenstander.
Wat blijft ?
De gevolgen van deze geschiedenis zijn nog steeds terug te vinden. In Nederland wonen veel mensen met een Indische achtergrond. Er zijn daaronder ook nog veel mensen die in de Japanse interneringskampen hebben gezeten en daar een trauma aan hebben overgehouden. Het artikel hieronder is daar ook een voorbeeld van. Nu nog steeds willen deze mensen schadevergoeding en excuses van de Japanse regering. Dit artikel komt uit het AD van 23 juli.
Vooral op dagen waarbij de oorlog wordt herdacht zijn voor deze mensen aanleiding tot veel emoties. 
Molukkers
Er was een grote groep Molukkers die in de oorlogsjaren de kant van Nederland had gekozen, tegen Soekarno, en na 1949 naar Nederland vluchtte. Dit waren ongeveer 12000 mensen. De Molukkers waren altijd trouw gebleven aan de Nederlanders en hadden eerst meegevochten tegen de Japanners. Daarna kozen ze de kant van de Nederlanders tegen Soekarno. Toen Nederland, mede door de wereldopinie, weg moest uit Indonesië, hadden ze niet veel keus. Blijven vechten tegen Soekarno (een bij voorbaat verloren strijd), of naar Nederland gaan. Zij hadden min of meer de toezegging gehad dat ze een zelfstandige staat zouden krijgen. Dat kon de Nederlandse regering natuurlijk nooit waarmaken en zweeg jarenlang hun bestaan dood. Dit leverde na jaren reacties op bij de jongeren onder de Molukkers. In wanhoop bezetten enkele Molukkers de Indonesische ambassade in Wassenaar in 1970. In 1975 bezetten enkele anderen het Indonesisch consulaat in Amsterdam, en anderen kaapten een trein bij Beilen (Drie gijzelaars werden dood geschoten). De meest besproken actie is echter de treinkaping bij De Punt in 1977. Daarbij vielen zes doden bij de Molukkers toen de trein bestormd werd (men vond dit onnodig geweld). Op hetzelfde moment werd nog een basisschool in Bovensmilde bezet, daar vielen geen slachtoffers. Een oplossing voor het Molukse probleem is ook nu nog niet gevonden. Waarschijnlijk zal die er ook niet komen en zullen de Molukkers hier in Nederland moeten blijven.
-----------------------
Mjam, mjam
Ook in ons dagelijks leven komen we nog regelmatig in aanraking met ons verleden. De "Chinees" zoals wij hem meestal noemen heeft veel Indische recepten. Op de meeste restaurants staat dan ook Chinees-Indisch restaurant. Kijk maar eens naar de onderstaande woordenlijst en je zal zien dat daar regelmatig termen opduiken die afkomstig zijn uit onze oude kolonie.
Indisch - betekenis
ajam - kip
babi - varken
goreng - bakken
katjang - pinda
ketjap - soja
kroepoek - gebakken koekjes van garnalen, vis of vlees
mie - chinese soort van 'spaghetti'
nasi - gebakken rijst
pisang - banaan
roedjak - vruchten in pittige saus
sambal - fijngewreven Spaanse peper
saté - geroosterd vlees aan stokjes
taugé - delen van jonge bonen
Literatuur over Nederlands-Indië:
Louis Couperus : De stille kracht
Het verhaal van de Nederlandse resident Van Oudijck die met zijn vrouw Léonie in Indië leeft. Zijn vrouw is hem regelmatig ontrouw, maar hij merkt daar niets van. De geheimzinnige krachten van het land en de natuur zorgen er voor dat hij ten onder gaat. Dit boek in 1900 geschreven geeft zo al een voorspelling hoe het met de westerlingen in dit land zal aflopen. De sfeertekening van het land en het leven daar zijn erg aansprekend.
Harry Mulisch : Wat gebeurde er met sergeant Massuro?
In dit boek volg je een patrouille van een aantal Nederlandse militairen door het ourwoud van Nieuw-Guinea. Tijdens deze tocht verandert een sergeant langzaam in een klomp steen. Niemand weet waardoor, niemand weet waarom. Misschien de goena-goena, misschien een straf voor gepleegde wandaden.
Multatuli : Max Havelaar
In 1860 geschreven en een aanklacht tegen de onderdrukking in Nederlands-Indië. Het is een waar gebeurd verhaal met daarin enkele andere verhalen verwerkt. Het boek wordt gezien als een van de belangrijkste literaire Nederlandse werken van de negentiende eeuw.
In het zeventiende hoofdstuk van Max Havelaar vertelt Multatuli over de liefde van Saïdjah en Adinda, die in het toenmalige Nederlands Indië, het huidige Indonesië, woonden.
Omdat de buffels van Saïdjahs vader telkens door het districtshoofd werden afgenomen, moest Saïdjah in Batavia gaan werken om geld te verdienen. Hij sprak met Adinda af dat hij na 36 manen weer terug zou komen om dan met haar te trouwen. Adinda zou bij iedere nieuwe maan een streepje in haar rijstblok kerven om de tel niet kwijt te raken. Maar toen Saïdjah op de afgesproken tijd terugkeerde, was Adinda's familie vertrokken. Dat was een zeer zware slag voor Saïdjah.
Hieronder volgt het slot van het verhaal.
Maar de verbijsterde Saïdjah verstond niet goed wat men hem vertelde. Hij begreep zelfs het bericht over de dood van zijn vader niet goed. Er was een gegons in zijn oren alsof ze op een gong hadden geslagen in zijn hoofd. Hij voelde hoe het bloed met schokken in zijn slapen werd geperst, hoe ze dreigden te bezwijken onder de druk van de zware uitzetting.
Hij zei niets en staarde verdoofd rond zonder te zien wat er rond hem gebeurde en barstte toen in een akelig gelach uit. Een oude vrouw nam hem mee naar haar huisje en verpleegde de arme dwaas. Al gauw lachte hij niet meer zo akelig, maar praatte niet. Alleen 's nachts werden zijn hutgenoten opgeschrikt door zijn stem, als hij toonloos zong: "Ik weet niet waar ik sterven zal."
Een paar inwoners van Badoer legden wat geld bij elkaar om een offer te brengen aan de boaja's van Tjioedjoeng voor de genezing van Saïdjah, waarvan men dacht dat hij gek geworden was.
Maar hij was niet gek.
Want op een nacht toen de maan helder aan de hemel stond, stond hij op van zijn rustbank en verliet zachtjes het huis en zocht naar de plek waar Adinda gewoond had. Het was niet eenvoudig te vinden omdat er zo veel huizen waren ingestort. Maar hij leek de plaats te herkennen aan de grootte van de hoek die sommige lichtstrepen door de bomen maakten zoals een zeeman peilt op vuurtorens of uitstekende bergpunten.
Ja, daar moest het zijn... daar had Adinda gewoond! Struikelend over halfvergane bamboe en over stukken van het ingestorte dak baande hij zich een weg naar het heiligdom dat hij zocht. En, zowaar, hij vond nog iets terug van de opstaande omheining waar waarnaast Adinda's rustbank had gestaan en er stak zelfs nog een bamboepen in de omheining waaraan ze haar jurk hing als ze ging slapen... Maar de rustbank was ingestort zoals het huis en bijna vergaan tot stof. Hij nam er een handvol van en drukte het tegen zijn geopende lippen en ademde zeer diep.
De volgende dag vroeg hij aan de vrouw die hem verpleegd had waar het rijstblok was dat er gestaan had op het erf van Adinda's huis. De vrouw was verheugd dat hij weer sprak en liep het dorp rond om het blok te zoeken. Toen ze de nieuwe eigenaar aan Saïdjah kon aanwijzen, volgde hij haar zwijgend en bij het rijstblok gekomen telde hij daarop tweeëndertig ingekerfde strepen.
Toen gaf hij de vrouw zoveel geld als nodig was om een buffel te kopen en verliet Badoer. In Tjilang-Kahan kocht hij een vissersprauw en kwam daarmee na enkele dagen zeilen in de Lampongs aan waar de opstandelingen zich verzetten tegen het Nederlands gezag. Hij sloot zich aan bij een bende Bantammers, niet om te vechten, maar meer om Adinda te zoeken. Want hij was zacht van aard en meer ontvankelijk voor verdriet dan voor bitterheid.
Op een dag dat de opstandelingen opnieuw waren verslagen, doolde hij rond in een dorp dat pas veroverd was door het Nederlandse leger en dus in brand stond. Saïdjah wist dat de bende die daar vernietigd was grotendeels uit Bantammers had bestaan.
Als een spook dwaalde hij rond in de huizen die nog niet helemaal verbrand waren en vond het lijk van Adinda's vader met een zwaard-bajonet wond in zijn borst.
Naast hem zag Saïdjah de drie vermoorde broers van Adinda, jongens, bijna kinderen nog en een beetje verder het lijk van Adinda, naakt, en afschuwelijk mishandeld...
Er was nog een smal strookje blauw linnen in de gapende borstwond gedrongen die een eind scheen te hebben gemaakt aan een lange worsteling... Toen liep Saïdjah enkele soldaten tegemoet die met geveld geweer de laatste levende opstandelingen in het vuur dreven van de brandende huizen.
Hij omvatte de brede zwaard-bajonetten, drukte zich met kracht voorwaarts en drong nog soldaten terug met een laatste inspanning toen de gevesten tegen zijn borst stuitten.
Enige tijd later was er in Bavaria groot gejubel over de nieuwe overwinning die weer zoveel lauweren had gevoegd bij de lauweren van het Nederlands-Indisch leger.
De landvoogd schreef naar het Moederland dat de rust in de Lampongs hersteld was.
De koning van Nederland, voorgelicht door zijn staatsdienaren (ministers), beloonde weer zo veel moed met vele ridderkruisen.
En waarschijnlijk stegen er in de kerk en bidstoelen dankgebeden ten hemel uit de harten van de vromen bij het horen dat God weer had meegestreden onder het vaandel van Nederland.
Maar God, met zoveel wee begaan,
Nam de offers van die dag niet aan!"
Augusta de Wit : Orpheus in de dessa
De hoofdpersoon is Bake, een Nederlander die in een suikerfabriek werkt. Hij ontmoet een inlandse jongen, Si-Bengkok die prachtig fluit speelt. Hij roept hem enkele keren bij zich om hem te laten spelen. In de suikerfabriek waar hij werkt zorgt hij er voor dat er een machine komt waardoor de produktie flink toeneemt. Dit zal hem uiteraard veel geld opleveren. Hij denkt er over om geld te investeren in aandelen om op die manier snel rijk te worden. Er is echter ook tegenslag, eerst saboteert een inlander de machine en later worden er steeds buffels gestolen die het suikerriet naar de fabriek moeten vervoeren. Bake ziet zijn kansen op fortuin slinken en als er weer buffels gestolen worden gaat hij zelf achter de dieven aan. Hij schiet de dief in het schermerdonker neer en het blijkt Si-Bengkok te zijn. Bake voelt zich schuldig, vooral als hij doorkrijgt hoe arm Si-Bengkok (en de meeste andere inlanders) was.
Jan Wolkers : De kus
Dit is een verslag van een 17-daagse groepsreis naar Indonesië die de ik-persoon maakt met zijn vriend Bob. Bob is na de tweede wereldoorlog naar Indonesië geweest om de Japanners uit onze kolonie te verdrijven. De ik-figuur werd tot zijn verdriet afgekeurd. Bob was teruggekomen met veel verhalen over het land en later besluiten ze een keer samen terug te gaan.
De stijl van Jan Wolkers is niet zo dat je een echt goede indruk van het land krijgt, zeker niet van de bewoners omdat de contacten nogal oppervlakkig waren. Wel krijg je een aardige indruk van de (wan)daden van (een aantal) Nederlandse militairen in de tijd van de politionele acties. Tijdens de reis krijgt Bob steeds meer last van jicht en moet zelfs gedragen worden. Wraak van het eiland Java? Het boek is op de bekende Wolkers manier geschreven. Grove stukken, open en duidelijk.
Jeroen Brouwers : Bezonken rood
Dit boek is een goed voorbeeld van wat mensen kunnen overhouden aan de interneringskampen van de Japanners. De ik-figuur heeft als kind met zijn moeder en grootmoeder in zo'n kamp gezeten. Zijn grootmoeder is er gestorven door toedoen van de Japanners. Het verhaal bestaat uit zestien hoofdstukken en er wordt steeds heen en weer gesprongen tussen heden en verleden. Je krijgt zo een beeld van wat er in zo'n interneringskamp gebeurde. Het verhaal is autobiografisch, de schrijver heeft van zijn derde tot vijfde levensjaar in zo'n kamp gezeten.
Woordenlijst bij OEROEG
INDISCH BETEKENIS
baboe kindermeid, vrouwelijke bediende
baleh-baleh rustbank, bed
dessa dorp
djaït kleermaker, naaister
jongos huisjongen, mannelijke bediende
doekoen medicijnman, tovenaar
gamelan Javaans orkest
goena goena zwarte kunst, tovenarij
kabaai jasje, bovenkleed
kali rivier
katjang pinda (ook gebruikt als scheldnaam)
ketan rijstgerecht
klamboe net tegen muggen
koeli arbeider, sjouwer
mandoer opzichter
obat medicijn
passar markt
pisang banaan
sahwah rijstveld
sarong kledingdoek die je van top tot teen bedekt
sinjo besar jongeman, jongeheer
slendang draagdoek waarin baby gedragen wordt
slokan put
topi hoed, helm of strohoed
warong eetstalletje langs de weg
